Met jagtgeweer, gansenroer of
pistolen naar Deventer
In januari 1814 wordt alweer een
nieuw beroep op de Zalker boeren gedaan (en op alle andere Overijsselse
gemeenten). De Fransen hebben zich verschanst in Deventer. Om hen uit dit
laatste bolwerk te verjagen zijn veel soldaten uit eigen land nodig,
temeer daar de Russische legers deels al weer terug zijn naar hun eigen
land. De geallieerde troepen leggen een kring om Deventer om de Fransen
tot overgave te dwingen. Deze omsingeling staat bekend als de blokkade van
Deventer. De commissaris van het departement in Zwolle besluit de
Landstorm in te zetten, het nieuwe Nederlandse leger. Ook Zalk moet
manschappen leveren.57) “Ik inviteer u derhalven, Mijnheer, om
dadelijk zonder eenig tijdverzuim de dertien man die het contingent uwer
Gemeente formeren op te roepenen en hen onverwijld na herwaarts te zenden,
alwaar zij hunne nadere bestemming vernemen zullen. De mannen moeten
tussen de 17 en 50 jaar zijn en hun wapens meenemen, dat wil zeggen hetzij
jagtgeweer, gansenroer of pistolen, zullende de ongewapende alhier pieken
bekomen.” Als tegenprestatie zullen de achtergebleven huisgezinnen niet
worden belast met inkwartiering of wagendiensten. De burgemeester wordt
tevens verzocht dadelijk op te geven 'de zoodanigen die hunne verpligting
aan het vaderland en Oranje uit het oog verliezende, onverhoopt mogten
nalatig of weigeragtig zijn om te marcheren, ten einde men dadelijk
rigoureuze maatregelen tegen zulke slechte voorbeelden zoude kunnen
nemen.' Tot slot merkt de commissaris nog op dat de troepen behoorlijk
tegen de koude gekleed moeten zijn. Hendricus Jans van de
Wetering werd uitgeloot en ook zijn schoonvader Hendricus Berends van Dijk
hoefde, vanwege zijn leeftijd, niet naar Deventer. De latere herbergier
van stadsherberg de Zwaan in Wilsum, Jan Alberts Hellendoorn, bevond zich
wel onder de dertien soldaten die aan de blokkade deelnamen.
Een
inwoner van Kampen ziet de manschappen naar Deventer vertrekken en na tien
dagen weer terugkomen. Het moet een barre tocht zijn geweest. 'Op 17
januari 1814 trokken uit den Stad 110 burgers van de Landstorm, voorzien
van lange pieken over Zwolle naar Deventer om nevens andere burgers uit
Zwolle en verdere plaatsen (zoals Wilsum en Zalk) de boeren rondom
Deventer voor plundering en brandstichting door de belegerden […] te
beschermen […]. Op 27 januari 1814 kwam het Detachement van Deventer
terug, welke manschappen door de strenge vorst, hevige koude en zware
sneeuw veel hadden uitgestaan, alzoo de landlieden bij Deventer reeds van
alles beroofd, niet in staat waren hun behoorlijke vrije kost en
inkwartiering te verzorgen.' (58) De eerste groep met Zalker
manschappen werd door een ander detachement Zalker boeren opgevolgd. In
totaal gingen 53 Zalkers naar de blokkade van Deventer. Als vergoeding
ontvingen ze tien stuivers per dag, waarvan zeven stuivers werden
afgehouden voor het eten dat ze in Deventer hadden ontvangen. De reisdagen
kregen de boeren helemaal niet vergoed. Wat resteerde was dus een zeer
schamele beloning. Een week van huis betekende onderbezetting op de
boerderij en verlies aan inkomsten, omdat veel boeren in Zalk en Wilsum 's
winters als bijverdienste matten maakten. Door de moeilijke winterse
omstandigheden zullen bovendien veel boeren ziek en uitgeput uit Deventer
zijn teruggekeerd. Langzamerhand kwam er een eind aan wat de boeren nog
verdragen konden.
|